De jongen die wilde geloven
Ik verplaatste me in de tijd en hervond mijzelf in een donker bos. Ik poogde me te oriënteren maar het bos was in zo'n zwarte duisternis gehuld dat ik niet veel verder kon kijken dan een handlengte. Voorzichtig en op de tast bewoog ik mij voorwaarts, geen idee welke kant ik opging. Ik haalde een zakdoek uit mijn broek, veegde het zweet van mijn voorhoofd en bond het hierna vast aan één van de takken van een grote struik. Zo zou ik in ieder geval weten of ik niet in een cirkel rondliep. Een blik op mijn horloge leerde mij dat er 2 uur verstreken waren sinds mijn aankomst in het bos en ik had het idee geen meter vooruit te zijn gekomen. Angst overviel mij. Die duisternis ... wanneer kwam daar een eind aan. Plotseling kreeg ik een ingeving. stapvoets ging ik op zoek naar een plek waar ik even kon gaan zitten. Mijn voet schopte ergens tegen aan en ik zakte door de knieën. Een boomstronk, dacht ik opgelucht. Mijn handen maakten een cirkelvormige beweging rondom de stronk en in de directe omgeving. Niets waar ik mij aan kon beschadigen.
Uit mijn zak haalde ik een pakje shag tevoorschijn en rolde gehaast een sigaret in de hoop dat een sigaretje mij kon kalmeren. Het bevreemde mij dat ik het niet koud had terwijl het er toch op leek dat het diep in de nacht moest zijn. Ik pakte mijn aansteker, nam het sjekkie tussen mijn lippen en stak hem aan. De vlam van de aansteker gaf mij de gelegenheid de duisternis enigszins te doordringen. Ondanks het flauwe schijnsel van de vlam kreeg ik enig idee welke kant op te gaan en printte dit goed in mijn geheugen. De aansteker werd heet en ik brandde haast mijn vingers zodat ik deze niet kon gebruiken als schijnwerper. Ik rookte mijn sjekkie op en besloot voort te gaan in de richting die ik had onthouden. Na verloop van een klein uurtje laste ik weer een rookpauze in om mij opnieuw te oriënteren op de omgeving. Gewapend met het licht van mijn aansteker ontwaarde ik iets wat op een pad leek. Een onbestendig gevoel overviel mij en zelfs het sigaretje kon mij niet kalmeren. Het was niet zozeer de duisternis van dit grote onbekende bos alswel het idee dat er iets stond te gebeuren.
Ik begaf mij naar het pad en toen ik de eerste schreden hierop had gezet hoorde ik in de verte schrille kreten. Er was iemand in gevaar en ik wist niet waar. Ik versnelde mijn pas en rende al struikelend in de richting vanwaar ik de kreten had gehoord. De adrenaline gierde door mijn lijf toen ik in de verte iets zag dat leek op een vuur. Duidelijk hoorde ik hoe verscheidene paarden weg galoppeerden en daar bovenuit meende ik het hulpgeroep van een vrouw te herkennen. Op mijn hoede sloop ik dichter naar de plek waar ik het vuur gezien had. Toen ik was genaderd stokte mijn adem even in de keel. Ik bevond mij op een plek die honderden jaren geleden moet hebben bestaan; ik zat middenin de middeleeuwen.
Voor ik er erg in had was ik omringd door de mannen uit het dorp dat ik verbaasd gadesloeg. Zij namen mij in hun midden en onder het uiten van in eerste instantie onverstaanbare taal leidden zij mij het dorp binnen. Het dorp bestond uit een aantal zelfgemaakte hutten van gevlochten hout. De daken waren van riet en de ingang werd afgedekt door huiden. De hutten stonden in twee cirkels opgesteld, zoals een 8, waarbij het vuur de verbindende factor was tussen deze cirkels. Ik nam de mensen die mij omringden in me op. Een oudere vrouw kwam uit één van de hutten en liep recht op mij af. Zij bekeek mij met dezelfde vreemde blik als de mannen die nog steeds om mij heen stonden. Huiverig onder deze blikken moest ik plotseling mijn lachen inhouden toen ik bedacht dat het wel zeer vreemd moest overkomen bij deze mensen dat ik gekleed was in een spijkerbroek en poloshirt. De oude vrouw sprak mij toe en ondanks dat deze taal onverstaanbaar leek begreep ik wat zij mij vroeg. Ik stelde mij voor en vertelde dat ik via mijn droom in deze tijd terecht was gekomen. Het gezicht van de oude vrouw kreeg een vredige, vriendelijke uitstraling alsof zij mij, toch een vreemde snuiter uit een andere tijd, op zijn woord geloofde. Zij sommeerde de mannen van mij weg te gaan en nodigde mij uit haar te volgen naar één van de hutten die het dichtst bij het vuur was neergezet.
De verschillen in taal bleken geen enkele barrière op te werpen in het gesprek met de oude vrouw. Wij spraken met elkaar alsof we al jaren in dezelfde tijd vertoefden. Ik vroeg haar naar het hulpgeroep dat ik meende te hebben gehoord. De oude vrouw begon te vertellen:
De noodkreet die jij hebt gehoord is van een jonge vrouw. Zij is beeldschoon en vele knappe mannen dongen naar haar hand. Er is er echter niet één die de ban van de vloek weet te verbreken die over haar is uitgesproken door de wrede koning die ons land regeert. Elk jaar, als de lente aanbreekt, wordt zij ontvoerd door zijn soldaten en ingezet als prijs voor diegene die hem weet te verslaan. Vele sterke mannen zijn jou al voorgegaan, mannen die net als jij durfden dromen. Allen werden zij een illusie armer weer wakker in hun eigen tijd en gaven zich daar over aan hun zwakten. Als je namelijk niet in staat bent om de wrede koning te verslaan krijgt hij niet alleen meer macht over zijn koninkrijk en over de jonge vrouw, hij spreekt dan tevens een vloek uit over de verliezer zodat deze zelfs zijn dromen kwijtraakt. Deze koning speelt deze krachtmeting al 15 jaar dus onderschat zijn krachten niet. Hij zal niet nalaten om gebruik te maken van jouw onzekerheden en zwaktes om je van jouw dromen te kunnen beroven. Hij kent jou namelijk al en door zijn toverkracht is hij in staat verschillende gedaanten aan te nemen. Zoals je ziet moet je als zijn opponent over meer krachten bezitten dan hij. Enkele van jouw voorgangers zijn al afgehaakt zonder strijd te leveren, bang als zij waren om hun dromen te verliezen. Daar de krachtmeting pas over 7 dagen begint heb je nog tijd om er over na te denken en je terug te trekken maar op de 7e dag is er geen weg terug meer. Wees gewaarschuwd.
Ik had ademloos zitten luisteren naar dit relaas en vroeg, Waarom sluiten alle mannen in het land zich niet bij elkaar aan om de koning te verslaan? De oude vrouw antwoordde dat de koning tot nu toe alleen deze jonge vrouw had vervloekt maar dat hij de bevolking allang had overtuigd van zijn macht om meerdere mensen te vervloeken. Niemand in dit land durft het risico te nemen dat er over zijn familie en vrienden een vloek wordt uitgesproken. Niemand in dit land is in staat om de macht van deze koning te doorbreken. Maar zelfs een wreed heerser zoals u beschreven hebt moet toch zwakke plekken hebben?, poogde ik iets wijzer te worden. Jazeker, zei de vrouw, en het is aan jou om deze te vinden. Maar daarvoor moet je de krachtmeting aangaan omdat je ze anders nooit te weten zal komen.
De reis door het donkere bos en deze laatste ervaringen hadden mij vermoeid en ik vroeg de oude vrouw waar ik wat kon uitrusten. Zij wees mij de hut van de ontvoerde vrouw en zei, Als je daadwerkelijk gelooft in jouw dromen zal je in deze hut meer antwoorden ontvangen dan je lief is. Orden ze en doe er je voordeel mee. Toen ik de vrouw wilde vragen wat zij daarmee bedoelde bleek zij niet meer in de hut aanwezig. Ook de rest van het dorp was in een doodse stilte gehuld. Peinzend liep ik naar de aangewezen hut en vleide mij neer op de grond om nagenoeg direct in een diepe slaap te vallen.
's-Morgens werd ik wakker van het levendige rumoer in het dorp en strekte mij uit om het laatste restje slaap uit mijn lichaam te bannen. Ik stond op en liep naar buiten. Nergens kon ik de oude vrouw ontdekken ik dacht .... oh jee, ik zal in mijn dromen toch wel ergens een kopje koffie kunnen krijgen. Ik lachte om deze gedachte en rolde een sjekkie. De mensen van het dorp waren allen bezig met ouderwets ambachtelijk werk wat ik alleen kende van de geschiedenislessen op school. Bij de ingang van het dorp zag ik een gitzwart paard staan en het dier leek mij te weken. Net toen ik mij in de richting van het dier wilde bewegen kwam er een knappe jonge vrouw uit één van de hutten. In haar hand had zij een metalen mok. Zij liep op mij af en overhandigde mij de mok met een stralende glimlach. Ik voelde verlegenheid opkomen bij de aanblik van deze vrouw maar dankte haar toch met een vriendelijke knipoog. Glimlachend dacht ik, Is in dromen werkelijk alles mogelijk? Alles lijkt zo echt, de mensen ... de koffie ... ik .... Plotseling dacht ik aan de waarschuwingen van de oude vrouw en draaide mij om. De jonge vrouw stond nog op dezelfde plek als voorheen en keek mij verleidelijk aan. De koning kent jou al en zal al jouw zwaktes uitbuiten .... hij is in staat om elke gedaante aan te nemen. spookte door mijn hoofd. Blijf alert, sprak ik mijzelf toe, draaide me om en wandelde rustig naar het zwarte paard. Glimlachend bekeek ik het dier en dacht quasi verbaasd, Geen wit paard? Voor ik wist wat er gaande was stond er in plaats van het zwarte dier een spierwit paard voor mijn neus. Het dier brieste wild en ontblootte zijn gebit toen ik het wilde aanhalen, nog beduusd over hetgeen ik had aangericht. Ik deinsde iets terug van het paard en probeerde het recht in de ogen te kijken. Het paard leek boos vanwege de kleurverandering. Zacht sprak ik het beest kalmerend toe en legde uit dat het niet mijn bedoeling was om dier te kwetsen door een kleurverandering. Het paard werd rustiger, alsof het begreep dat ik nog niet helemaal thuis was in mijn eigen droomwereld. Het trok de lippen op en schudde het hoofd. Ik voelde dat het paard mij uitlachte om zoveel onnozelheid. Moet ik jou berijden, vroeg ik. Ik lachte in mijzelf. Alsof dit paard mij antwoord gaat geven, dacht ik onbeholpen maar de blik van het dier was alleszeggend, JA.
De zon was inmiddels hoog aan de hemel gaan staan en de warme straling gaf mij een behaaglijk gevoel. Ik voelde de positieve werking die uitging van de zonnewarmte en het leek wel alsof het mijn twijfel omtrent de krachtmeting wegnam. De dagen vorderden traag en langzaam maar zeker kreeg ik zicht in het ambachtelijk handwerk van de dorpsbewoners. Zij waren voor mij een strijdpak aan het vervaardigen ter verdediging van mijn hoofd en lichaam. Vanwege mijn, geziene, band met de zon werd dit als teken gebruikt op het schild. Ik had grote bewondering voor de inzet die men getroostte om mij heelhuids uit de strijd te laten komen maar zelf had ik hier andere ideeën over. Toen de dag van de krachtmeting was aangebroken stond ik vroeger op dan gebruikelijk en voordat ik mijn hut verlaten had was de knappe jonge vrouw binnengekomen met een grote mok koffie. Zij smeekte mij om de strijd niet aan te gaan om zodoende mijn dromen te behouden. Ik had de woorden van de oude vrouw goed in mij opgenomen, Op de laatste dag is er geen weg terug. Beslist zei ik daarom, Mijn besluit staat vast. Wat zijn mijn dromen waard wanneer ik de kans om ze te realiseren laat liggen. De jonge vrouw knikte begripvol en vroeg of zij mij dan mocht bijstaan in mijn voorbereiding op het gevecht. Haar handen gleden masserend over mijn schouders maar zachtjes onttrok ik mij aan haar. Sorry maar de voorbereiding moet ik op een geheel eigen wijze verrichten. Mijn dromen moeten mij helder voor ogen staan, twijfel en onzekerheid kunnen vandaag mijn grootste zwakte zijn. Ik zonderde mij af op een plaats die vol in de zon lag en draaide nerveus een sjekkie en probeerde te kalmeren. Ik sloot mijn ogen en dacht aan de woorden van de oude vrouw. Ik had tot nu toe maar 2 boodschappen ontvangen in mijn slaap en deze waren zeer tegenstrijdig. De eerste was dat fantasieën gerealiseerd konden worden omdat dromen bedrog zijn. In de tweede was verteld vooral in mijn dromen te blijven geloven omdat fantasieën kortstondige wensen zijn. Ik had graag enige raad willen hebben om dit vraagstuk te kunnen oplossen maar de oude vrouw was in geen velden of wegen te bekennen. Ik vroeg om wijsheid en positieve gedachten maar vooral om kracht. Geen fysieke kracht maar de kracht om mijn angsten te overwinnen en geen twijfel te hebben. Twee uur later voelde ik dat "iets" zich meester had gemaakt van mij. Ik kon het niet verklaren maar ik was er van overtuigd dat het positief zou aflopen.
Ik besloot om terug te keren naar het dorp. Iedereen had zich verzameld bij de 2 meest centraal gelegen hutten, iedereen behalve de oude vrouw en de jonge vrouw. Als eerste reikte men mij mijn strijdpak aan. Daarna kwam mijn wapenuitrusting bestaande uit een groot zwaard, een puntige knots, een loden bal aan een ketting en verschillende kleine messen. Tot slot gaf men mij het schild met het teken van de zon in goudverf er opgeschilderd. Ik nam het in dank aan, spreidde het op de grond uit, bekeek het vol bewondering en sprak tot de mensen, Ik dank u voor uw inzet om deze uitrusting voor mij te maken. Toch moet ik dit alles weigeren omdat er een negatieve invloed van uitgaat. Als ik het zou accepteren speel ik de wrede koning in de kaart door zijn regels te volgen. Ik moet en mag niet geloven in de kracht van mijn tegenstander maar moet uitgaan van eigen kracht. Dit houdt in dat ik geen geweld wens te gebruiken in de krachtmeting. Als ik dat wel zou doen ben ik dan niet net zo wreed als jullie heerser .... Ik zal jullie koning ongewapend tegemoet treden om hem te verslaan met iets dat sterker is dan het kwaad namelijk, geloof. Geloof in de mensheid, geloof in het goede maat bovenal het geloof in de liefde voor een ander. Als dat niet genoeg is dan zal niet alleen ik verliezen maar dan is de gehele mensheid gedoemd te verliezen. Na deze woorden draaide ik mij om en liep naar het witte paard dat ongeduldig op mij wachtte. Onhandig besteeg ik het dier en als vanzelf zette het paard zich in beweging. Zonder mij nog eenmaal om te draaien verliet ik het dorp in de richting van het kasteel van de koning. Zodoende zag ik ook de oude vrouw niet meer die tevreden glimlachend aan de ingang van het dorp stond. Jij bent al verder dan al jouw voorgangers, sprak zij voor zichzelf.