Geloven

Ik geloof, geloof ik

Ik geloof in het onzichtbare

Wat men liefde noemt, geloof ik

Ik geloof in het ongrijpbare

De versmelting van 2 zielen, geloof ik

Ik geloof in dromen

Waarin mijn hart klopt voor de ander, geloof ik

Ik geloof

            Dat ik geloof

                        Geloof ik

 

Ik geloof niet in het onvermijdelijke

Totdat het onvermijdelijk blijkt

Ik geloof niet in het onhaalbare

Omdat het onhaalbaar lijkt

Ik geloof wel dat liefde

Een wonder kan verrichten

Ik geloof sterk

Dat liefde

Elk donker hart kan verlichten.

 

                    Eeuwig kind

Met alleen eerlijkheid is elk kind geboren

Een wezentje dat

Alleen maar van liefde wil horen

Het groeit langzaam op

Tot een volwassen mens

En merkt in het diepste wezen

Er is eigenlijk maar één wens

Net zo veel liefde te mogen geven

Als te kunnen ontvangen

Ja, 't kind is nu volwassen

Maar heeft nog steeds

Dat ene

        Kinderlijke verlangen.

 

                    Licht en donker

Is het niet de mens zelf

Die zich voedt met onzekerheid

Zoekend naar het licht

Wordt geconfronteerd met zijn eigen duisternis

Is het niet de mens zelf

Die zich voedt met angst

Omdat hij niet begrijpt wie hij werkelijk is

Vriend, vijand, liefdevol en kwaad

Wanneer begrijpt de mens

Dat de ziel

Zowel uit de dag

Als de nacht bestaat.

 

                     Onzekerheid

Als ik aan je denk is het

Alsof ik in een spiegel kijk

Onzeker zijn mijn ogen

Omdat ik niet alleen ben

Wie ik lijk

Je weerspiegelt mijn fantasie

Je weerkaatst mijn dromen

En zo vaak voel ik

Begeerte in mij opkomen

Het is de andere

Wat donkerder kant van mijn leven

Gevoelens waar ik

Angstig voor de reactie

Niet aan toe durf te geven

In een tedere benadering

Ja, zo zal ik je steeds behagen

Maar nu,

Nu wil ik graag weten

Wat ik niet durf te vragen.

 

                        Zwijgen

In gedachten zit ik naakt voor je

Niets anders te bieden dan mijn kwetsbaarheid

Sprekend zonder woorden

Toon ik je zomaar mijn onzekerheid

Je schuift wat dichter naar mij toe

Kust me zachtjes op de wang

Je stelt me gerust door

De warmte waar ik zo naar verlang

In gedachten zit ik naakt voor je

Niets meer te bieden dan mijn kwetsbaarheid

Voor een nacht of een heel leven

Wil ik mij zomaar overgeven

Sprekend zonder woorden

Worden gedachten (n)ooit werkelijkheid.

 

                        Stilte

Ligt in stilte

Niet een stil verlangen

Iets ongrijpbaars

Om het onzichtbare te vangen

Is de stilte

Niet de spiegel van ons eigen leven

De eigen ziel

Waar we

Zo weinig gehoor aangeven.

 

                        Licht

Daar waar de zon dagelijks verschijnt

En de aarde laat leven

Daar wil ik zijn

Om elke dag mijn liefde te geven

Gewoon onvoorwaardelijk

Zonder dat de ander hoeft te vragen

Omdat mijn bron

Nimmer zal versagen.

 

                        Overnieuw

Wanneer haat

De liefde verslaat

Is de wereld dan niet verloren

Kunnen mensen elkaar dan nog bekoren

Kan de ene mens

De ander nog wel vertrouwen

Kunnen wij

Als de liefdevolle mens

Nog wel aan een mooie toekomst bouwen

Waarom kan de liefde niet gewoon overwinnen

Waarom durft de mens niet

In liefde

Overnieuw te beginnen.

 

                        Delen

Wanneer je verantwoordelijkheid voelt

Met betrekking tot het leed om je heen

Ben je dan geen gezegend mens

Omdat je genoeg liefde bezit

Om dat zelfde leed te kunnen compenseren.

 

                        Vrijheid

De vrijheid van de één

Kan beperking inhouden voor de ander

Je leeft je leven zonder durf

Om te veranderen

Het grote geluk

Aanwezig zonder dat je 't ziet

Afzettend, agerend

Leef je eigenlijk je leven niet

Maar als het geluk

Zich als een sterrenlicht in jezelf heeft verspreid

Ja, dan

Dan pas ervaar je de ware betekenis

Van vrijheid.

 

Home

Gedichtenindex

Songtekstenindex

Verhalenindex