Het land waar de zon altijd schijnt
---------------------------------------------
Het grote, bruine konijn klom over een stapel sprokkelhout en verliet daarmee het donkere bos. Genietend van de helderblauwe lucht waarin de zon goudgekleurd scheen keek hij uit over het wijde veld. Hij ging leunend tegen een boomstam zitten en nam een strootje in de mond. In de verte hoorde hij gezang maar kon door het hoge gewas niet zien wie of wat er zong. Wel meende hij 2 stemmen te kunnen horen en na verloop van tijd zag hij een mooi wit moederkonijn met haar kleine witte kindkonijntje aan komen huppelen. Bij hem aangekomen stopten zij met zingen en het kindkonijntje sprak, Hoi, wij gaan naar het land waar de zon altijd schijnt. Nog kauwend op het strootje keek het bruine konijn de 2 witte konijnen aan en antwoordde, Zozo. Overvallen door de schoonheid van het witte moederkonijn zweeg het bruine konijn na deze opmerking. Het moederkonijn vroeg met warme stem, Weet u misschien de weg naar het land waar de zon altijd schijnt ? Nu moest het bruine konijn wel opkijken naar haar en zei, Wanneer je echt op zoek bent naar dat land raad ik je aan om om het bos heen te lopen. Het is nog een lange weg maar dan zal je altijd de zon in de rug hebben. Het kindkonijntje had al die tijd haar ogen niet van het bruine konijn afgehouden en tikte haar moeder aan, Mam, waarom is dat konijn niet net zo wit als wij ? Verlegen door deze opmerking verontschuldigde de moeder zich voor deze opmerking van haar dochter maar het bruine konijn schoot in de lach. Verontschuldig je maar niet, en vervolgend tot het kind, ik kom net uit het bos en heb nog geen tijd gehad om mij te wassen in de vijver. Oh, woon je daar dan ?, vroeg het kind onschuldig. Nee, ik woon hier aan de rand van het bos en wijs konijnen zoals jullie de weg naar het land waar de zon altijd schijnt. Waar is jouw huis dan, heb jij ook familie, ga jij ook naar het land van de zon ?, stelde het kind een spervuur aan vragen. 't Moederkonijn keek quasi boos naar haar kind, Stel toch niet zoveel vragen. Lachend om zoveel onschuld antwoordde het bruine konijn, Mijn huis is elke dag weer ergens anders en mijn familie ... die wonen vlakbij het land van de zon. Zelf ga ik daar niet zo vaak naar toe want anders ... Dan kan je de weg niet meer wijzen, vulde het kind aan. Juist, zei het bruine konijn. De moeder onderbrak het gesprek tussen haar kind en het bruine konijn en vroeg vriendelijk, Is er geen kortere weg naar het land van de zon ? We zijn al zo lang onderweg en worden een beetje moe. Het bruine konijn keek haar begripvol aan en zei, Natuurlijk, je kunt de weg via het bos nemen maar een waarschuwing is dan op zijn plaats. Het is daar donker en de paden niet goed zichtbaar. Niemand die je kan vertellen wat je daar aan hindernissen kunt tegenkomen dus mijn raad is en blijft dezelfde. Neem het pad dat rond het bos loopt en je zal in het licht het land vinden. De moeder was vastberaden en zei, Bedankt voor je goede advies maar ik neem de kortere weg. Terwijl beide witte konijnen langzaam het bos inliepen hoorde hij het kindkonijntje zeggen, Dag bruin konijn.
De eerste hindernissen voor beide witte konijnen doemde al snel op. Het pad dat zij volgden werd aan het zicht onttrokken door het vele struikgewas waar scherpe doornen uitstaken. Moederkonijn tilde het kindkonijn in haar armen en probeerde een weg te zoeken die niet versperd werd door struiken. De alom aanwezige duisternis hielp niet echt bij deze zoektocht en na uren te hebben rondgedoold in deze onbekende omgeving werden zij moe. Het moederkonijn ging op zoek naar een plek om te kunnen rusten en toen zij deze gevonden had legde zij haar vermoeide kind op de grond. Met haar poten krabde zij wat mos bij elkaar en nam wat gebladerde takjes om haar kind mee te bedekken. Mam, zijn we er al bijna ?, vroeg het kind. Ik denk het wel, antwoordde de moeder geruststellend. Toen haar kind in slaap was gevallen stond zij op en ging op zoek naar wat voedsel. Na een tijdje gelopen te hebben vond moeder wat bessenstruiken en begon hier aan te plukken totdat zij voldoende dacht te hebben om de reis voort te kunnen zetten. Terwijl zij aanstalten maakte de weg terug aan te vangen hoorde ze een ijselijke gil, MAMA !!
Het bruine konijn maakte zich op om te gaan rusten, nergens in de verte een spoor van zoekenden naar het land van de zon. Hij strekte zich uit op de grond toen hij klaarwakker schrok van een gil uit het donkere bos. Het kind ... dacht hij en sprong op, klom over het sprokkelhout en rende zo snel als zijn poten het hielden het donkere bos in. Het angstige gehuil van het kindkonijn wees hem de weg en plots stond hij oog in oog met 3 enge boswezens die het op het kleine konijn hadden voorzien. Zonder enige angst ging hij voor het kindkonijn staan en weerde de aanvallers, wezens zo groot als een dwerg met de kop van een hyena, af met zijn poten. De boswezens groepeerden zich om een gezamenlijke aanval in te zetten. Het kindkonijn verschool zich achter het bruine konijn en deze richtte zijn poten op naar de donkere lucht en uit het niets verschenen daar zilveren lichtstralen die de 3 boswezens omhulden en door de lucht wegvoerden van de plek van het kind.
De moeder was ondertussen aan komen rennen en buiten adem riep zij om haar kind. Hier ben ik, mam, antwoordde het kind, nog verscholen achter het bruine konijn. Het moederkonijn pakte het bibberende kindkonijn op en drukte het stevig tegen haar aan. Het bruine konijn wilde stilletjes weggaan maar het kindkonijn hervond haar bravour. Mam, het bruine konijn heeft gevochten met 3 enge beesten en toen ... toen kwamen er allemaal stralen uit de lucht die hun oppakte en door de lucht lieten zweven en toen ... toen waren ze ineens weg. Het moederkonijn had de ogen neergeslagen toen zij het bruine konijn zachtjes toesprak, Dank je wel voor het redden van mijn kind. Ik was op zoek naar eten en ben de tijd vergeten .. ik laat haar normaal nooit zolang alleen. Misschien had ik beter naar jouw raad moeten luisteren en rond het bos in plaats van door het bos moeten gaan. Het is al goed, zei het bruine konijn, ik zal jullie straks naar een pad brengen dat rechtstreeks naar het land van de zon leidt maar daar aangekomen zal je zelf de ingang moeten vinden. Dat is goed, antwoordde het moederkonijn.
Gezamenlijk liepen zij naar het enige zichtbare pad in het bos dat leidde naar het land waar de zon altijd schijnt. Nogmaals namen zij afscheid en het kindkonijn gaf het bruine konijn een betekenisvolle aai. Moeder en kind liepen in een gestaag tempo door, wetend dat zij niet meer konden verdwalen. Plotseling doemde een dichtbegroeide heg op zo hoog als zij konden kijken. Het leek wel alsof deze hoge heg het zonlicht buiten het bos hield en moederkonijn begon met haar poten te zoeken naar iets wat op een ingang leek. De tijd verstreek en nergens werd een ingang gevonden in de dichte heg. Het kindkonijn tikte haar moeder aan en zei, Mam, we kunnen toch het bruine konijn roepen, die weet denk ik wel waar de deur zit. Moederkonijn antwoordde, Ik kan de deur ook wel vinden zonder het bruine konijn, denk je niet ? Het zal wel, ging het kind verder, maar het bruine konijn is toch gewoon onze vriend. Hoezo ?, vroeg moederkonijn, we kennen hem helemaal niet. Ik wel, zei het kind ongeduldig, want hij heeft mij gered. En alleen aardige dieren doen dat en die zijn altijd onze vriend. Een kinderlogica waar geen speld tussen te krijgen is, dacht moederkonijn. En hoe wil je hem dan bereiken ?, probeerde moeder. Nou, gewoon roepen en dan komt hij, wist het kind zeker. Oké, we zoeken nog even door en als ik over een uur nog geen ingang heb gevonden dan mag je hem roepen. Maar, ging moederkonijn verder, schrik niet als hij niet komt. Hij komt echt wel, was het antwoord van het kind.
Nadat het uur verstreken was en beide konijnen moe geworden van het zoeken in de heg even wilden gaan rusten riep het kindkonijn, Bruin konijhijn, bruin konijhijn ..... Sssst, probeerde moederkonijn het kind stil te krijgen. Je weet nooit wie er allemaal op je geroep af kunnen komen. Onverstoorbaar riep het kind nogmaals, Bruin konijhijn, bruin konijhijn .... Als uit het niets dook het bruine konijn op bij de dichtbegroeide heg en het kindkonijn keek haar moeder veelbetekenend aan, Zie je nou wel dat hij onze vriend is. Nu naar het bruine konijn, wij kunnen de deur niet vinden en zo komen wij nooit in het land waar de zon altijd schijnt. Het bruine konijn glimlachte naar beide witte konijnen, strekte zijn poten en een gouden licht verscheen. Met zijn poten raakte het bruine konijn de heg aan en omgeven door gouden stralen werd een doorgang zichtbaar. Gedrieën liepen zij door de ingang en kwamen in een door zonlicht overgoten landschap waar allerlei mensen, klein en groot, jong en oud, lachend rondliepen. Iedereen was hier gelukkig met elkaar en door elkaar. Het kindkonijn keek het bruine konijn aan en riep vol opwinding naar haar moeder, Kijk mam, het bruine konijn is ook wit als ons. Het moederkonijn keek verrast naar de witte vacht van het dier dat hen hier naar toe had gebracht. Zwijgend keken zij elkaar en het gelukkige tafereel voor hen aan .........
