Hoofdstuk 3:

                                                        ----------------

 

Ik opende mijn ogen en bevond mij weer in mijn woonkamer. De droom stond mij helder voor de geest en de woorden van de jonge vrouw spookten door mijn gedachten, Ik hou van jou, mijn lieve dromer, maar jij mag nog niet van mij houden. En dan ook nog de woorden van de oude vrouw om vooral in mijn dromen te blijven geloven. Waarom kreeg ik de jonge vrouw zo duidelijk te zien als ik nog niet van haar mag houden ? Ik had vele vragen zonder antwoord. Er bleken hele diepe gevoelens te zijn ontstaan voor die jonge, onbekende vrouw die ik alleen uit mijn dromen kende. Wat was er met mij gaande ? Jarenlang was ik toch de baas geweest over mijn gevoelens en emoties en nu ik haar gezien had .... Was zij mijn antwoord op het geluk waarnaar ik al jaren op zoek was ? Ik besloot de goede raad van de oude vrouw op te volgen en de antwoorden te zoeken in mijn dromen. ik sloot voor een 2e maal mijn ogen en hoopte dat ik de jonge vrouw weer snel zou vinden.

Ik werd in mijn droom getransporteerd naar een tijd waarin de kerk het in hoofdzaak voor het zeggen had. De omgeving beangstigde mij. ik wandelde rustig door een stoffige straat toen ik vanonder een afdakje gewenkt werd. ik keek om mij heen om me er van te verzekeren dat die persoon mij moest hebben. Niemand maakte aanstalten om naar de persoon, die verscholen stond, toe te stappen. ik begaf mij naar de plek vanwaar er gewenkt was en zette grote ogen op toen ik haar herkende. Het was de oude wijze vrouw uit mijn vorige droom en zij verzocht mij vriendelijk haar huis te betreden. Ik wist nu dat ik in de goede tijd terecht was gekomen en begreep tegelijkertijd dat ik hier een nieuwe beproeving moest ondergaan. De vrouw glimlachte toen zij zei, Jouw bedoelingen zijn goed maar erg geduldig ben je niet hè ? Ik keek haar verbaasd aan en antwoordde, Ik dacht dat tijd in mijn dromen een betrekkelijk begrip zou zijn maar u schijnt te weten dat ik direct in mijn volgende droom verzeild ben geraakt. De vrouw knikte mysterieus en sprak, Natuurlijk, Ik ben namelijk een soort stuurvrouw van jouw dromen en moet er voor zorgen dat jouw dromen in goede banen worden geleid. Vanwege jouw nieuwsgierigheid in je zoektocht mag ik wel zeggen dat ik dit met veel plezier doe. Door jouw dromen ken ik jou veel beter dan jij jezelf kent. Ik schrok zichtbaar en werd verlegen bij de gedachten dat deze vrouw dus ook bekend moest zijn met al mijn fantasieën. De vrouw glimlachte, alsof zij wist wat ik dacht. Haar verschijning had op mij een kalmerende uitwerking en ik vertrouwde haar blindelings. Ik stelde de vraag die al een tijdje op mijn tong brandde, Mag ik u vragen waar de jonge vrouw zich bevindt ? Het gezicht van de oude vrouw kreeg een droevige uitdrukking en zij antwoordde, Momenteel wordt zij gevangen gehouden in een kerker omdat men haar beticht van samenzwering met de duivel. De kerk, die haar heeft opgesloten, begint één dezer dagen met een duivelsuitbanning. Ik zei, Maar dan moet ik het opnemen tegen de macht van de kerk .... Misschien wel de macht van God, vervolgde ik zachtjes. ik werd onzeker. Wat wist ik van het geloof af behalve mijn eigen interpretatie hiervan. Ik keek de wijze vrouw vragend aan en deze knikte langzaam, Ja jongen, je zal het moeten opnemen tegen het geloof. Als jij kunt bewijzen dat jouw geloof net zo sterk en net zo goed en zuiver is als het geloof van de kerk zal jij in staat zijn haar te redden van een hersenspoeling door de kerk. Volg jouw verstand en verlaat je op jouw dromen zodat ook zij deze gaat geloven. Ik moet nu gaan, besloot de vrouw. Nog één vraag, probeerde ik. Je wil haar naam weten, vulde de vrouw aan. Zij keek mij lang in de ogen en zei toen zacht, Haar naam is .... Esperanza .... hoop.

Ik nam mij voor om me aanstonds bij de kerk te melden en uit te vinden wat de werkelijke aanklacht was jegens de jonge vrouw. De kerk bevond zich aan het einde van de straat en ik versnelde mijn pas. Ik werd nerveus. In wat voor situatie zou ik nu belanden en, nog belangrijker, hoe zou Esperanza tegen mij aankijken wanneer ik voor een 2e maal ten tonele verscheen. Bij het Godsgebouw beland klopte ik op de zware houten deur. Voetstappen klonken hol vanachter de deur en een sleutel werd omgedraaid. De deur opende zich en een man met een streng gezicht vulde de opening. Ik zag aan de houding van de man dat hij heel gelovig was en bemerkte de wantrouwende blik waarmee hij mij bekeek. Ik vroeg op vriendelijke toon aan de man of ik de jonge vrouw mocht zien die onder invloed van de duivel zou staan. Waarom, vroeg de man achterdochtig. Ik zie aan jou dat jij geen kind van God bent. Ik moest mij bedwingen om niet ad rem te antwoorden dat dit klopte daar ik wist dat hier 2 mensen voor nodig waren. Ik begreep dat de opmerking van de man figuurlijk bedoeld was en antwoordde, Als ik geen kind van God zou zijn zoals u beweert waarom zegt Jezus dan dat God aanwezig is in elk levend wezen ? De man zette grote ogen op bij het horen van dit antwoord. Ik zag aan zijn gezicht dat hij mijn antwoord wilde pareren maar desondanks zei hij grimmig, Je mag haar kort bezoeken. Ik volgde de man naar binnen en gezamenlijk liepen wij naar een steile trap die naar beneden voerde waarbij de man mij geen ogenblik uit het oog leek te verliezen. Voorzichtig daalden wij de trap af en kwamen in een door kaarsen verlichte vochtige gang terecht. Na verscheidene bochten stonden we voor een zwaar hek waarachter de cellen zich bevonden. De man rammelde aan het hek en vanuit een nis kwam een bewaker aangelopen. Hij haalde een grote sleutelbos uit zijn zak en opende het hek voor ons. Toen wij onze weg vervolgden zag ik aan de muur verschillende folterwerktuigen hangen die in een hedendaags museum niet zouden misstaan. Cynisch dacht ik, Onder het mom van het geloof schijnt alles geoorloofd te zijn als het de "goede zaak" maar dient. De man stopte en achter de tralies van de cel zag ik een haveloos geklede jonge vrouw zitten. Haar donkere haar hing verward voor haar gezicht, haar handen stevig op elkaar gedrukt alsof zij in gebed was. Zachtjes vroeg ik, Esperanza, wat is er met jou gebeurd ? Ze keek verstoord op, Wat moet jij van mij, ongelovige ? Haar ogen waren weer hol en leeg zoals de eerste keer dat ik haar zag en keken mij doordringend aan. Komt de duivel mij nu kwellen door middel van jou ... en hoe weet jij mijn naam ?, krijste ze wild. Ik ben niet duivels, verdedigde ik mij op rustige toon. De jonge vrouw had haar blik inmiddels afgewend en was weer in gebed verzonken. Esperanza, probeerde ik nogmaals. Tevergeefs. De man die mij had binnengelaten had een triomfantelijke grijns op zijn gezicht toen hij zei, Het blijkt dat zij liever met Onze Lieve Heer spreekt dan met jou dus je verdoet je tijd hier. Ik moest toegeven dat ik hier niet veel meer te zoeken had en knikte de man toe en gaf hiermee aan dat ik wilde vertrekken. De bewaker opende het hek en we bestegen de trap. voordat ik buiten was sprak de man tot mij, Zoals je hebt gemerkt heeft de kracht van Satan in het Huis van God geen waarde. Als de heks overtuigd is van al het goede dat het geloof haar te bieden heeft zal zij zich wel 2 maal bedenken eer zij zich inlaat met individuen zoals jij; mensen die het geloof ten gronde willen richten. Bekeer jezelf voordat het te laat is want God zal de ongelovigen ongenadig hard straffen. Ik hoorde de preek van de man gelaten aan en antwoordde spits, Sorry, maar ik laat mij geen geloof aanpraten om het geloof. Als ik ongelovig ben volgens uw religie dan wordt het tijd één en ander te herzien omdat jullie God het dan drukker krijgt dan Hij kon voorzien. Na deze woorden gooide de man de zware deur met een klap dicht en draaide hem op slot. Ik verwijderde mij van de kerk en dacht na over hetgeen gebeurd was. Ik moest iets verzinnen om weer binnen te komen en ik wist dat ik niet op medewerking van de kerk hoefde te rekenen. Ik had namelijk het geloof aangevallen en stond nu alleen .... Wat moest ik doen ? Wat kon ik doen ?

Ik schrok wakker. Peinzend over mijn laatste droom trachtte ik in het hier en nu een oplossing te bedenken. Denk na, je bent niet voor niets midden in je droom wakker geworden. Mijn gedachten gingen als een razende tekeer in mijn hoofd. Het moet voor de hand liggen, hield ik mijzelf voor. Als vanzelf werden mijn ogen naar de boekenkast getrokken en daar lag het antwoord, Tarot kaarten. Ik moest mij in mijn droom laten opsluiten. Door deze kaarten mee te nemen in mijn droom zou de kerk mij bestempelen als een duivelszoon en mij in de kerker smijten waar ook Esperanza zich bevond. Alleen zo had ik een kans om haar te overtuigen van de goede bedoelingen van mijn geloof. ik nam de kaarten van de kast, stopte deze in mijn borstzak en sloot opnieuw mijn ogen. Ik dwong mijzelf tot rust. Mijn hart ging als een razende tekeer onder een nerveuze ademhaling. De spanning was groot, zou mijn plannetje lukken, was ik in staat om de jonge vrouw uit mijn dromen te bevrijden van een macht die groter was dan die van mijzelf. Langzaam werden mijn ogen loom en keerde ik terug naar de plek die ik kort geleden moest verlaten.

Ik bemerkte dat  er een verandering had plaatsgevonden in de straat, een kermis had de plaats aangedaan. Ik volgde de mensen naar een open plek aan de rand van de straat. Verschillende kleine tentjes waren opgetuigd om de mensen van het dorp te plezieren. Clowns vermaakten de kinderen, acrobaten haalden halsbrekende toeren uit voor een grote schare toeschouwers en eenieder leek de zorgen van alledag even opzij te zetten. Vele munten vlogen door de lucht als beloning voor het vertoonde. Ik keek in het rond totdat een klein smoezelig tentje mijn aandacht trok. Terwijl ik aanstalten maakte om het tentje te betreden voelde ik vreemde, priemende ogen in mijn rug. ik keek om maar kon niemand ontdekken die mij in de gaten hield. Ik betrad het tentje dat schemerig verlicht was en zag achter een klein tafeltje ... de oude vrouw. Ze glimlachte. Je bent al weer terug, zei ze vriendelijk, ik neem aan dat je je goed hebt voorbereid. Nee, eigenlijk niet, moest ik bekennen, maar de aanblik in de kerker ... ik kan het niet van mij afzetten. Je kunt háár niet van je afzetten, verbeterde de vrouw mij. Ze maakte plaats voor mij en ik nam plaats achter de tafel zonder mij af te vragen of de oude vrouw nu ook zou weten wat ik van plan was. Ik nam de Tarot kaarten uit mijn zak en spreidde deze op de tafel uit. Ik keek op naar de vrouw, rolde een sigaretje en wachtte op een raadgevende wijsheid van mijn "stuurvrouw". Haar stem klonk bezwerend toen zij sprak, Lees de kaarten als een Bijbel en jouw geloof zal gesterkt worden. Als in een flits was zij verdwenen en ik stak de sigaret aan onderwijl de kaarten bestuderend. Op het moment dat ik de sigaret wilde uitdrukken stormde verscheidene bewapende mannen het vertrek binnen. Zonder enige reden begonnen zij op mij in te slaan totdat ik uiteindelijk het bewustzijn verloor.

Het schrikeffect van ijskoud water deed mij weer bij mijn positieven komen. ik wilde mijn pijnlijke lichaam betasten maar merkte dat ik was geketend. Met een van pijn vertrokken gezicht opende ik mijn gezwollen ogen. ik ben gevangen genomen, ging het door mij heen. Ik keek opzij en zag dat ik naast de jonge vrouw in een cel was gegooid. Ondanks de brandende pijn voelde ik een lichte opluchting, mijn plannetje was gelukt. De zware ijzeren deur, waar ik eerder al eens als bezoeker door was binnengekomen, werd met kracht geopend. Ik herkende de man die mij had binnengelaten. Mijn gevoelens zijn toch bevestigd, sprak hij, je bent een duivelskunstenaar. Het is goed dat ik je in de gaten heb laten houden. Zijn stem had een valse ondertoon toen hij vervolgde, Het ware geloof laat zich niet ondermijnen en jouw enige redding zal zijn om je te bekeren tot de enige ware God. Ik deed mijn uiterste best om cynisch te antwoorden. Mijn stem kraakte, Het ware geloof ... hoe kan een geloof pretenderen het ware te zijn als het geen ruimte geeft om vrij te zijn in andere gedachten ? Hoe kan jullie God liefde prediken als jullie zo met mensen omgaan die een andere vorm van hetzelfde geloof aanhangen ? Niet ik ben een zoon van Satan maar mensen zoals jullie die, onder het mom van het geloof, iedereen denken te kunnen onderdrukken. God jaagt geen angst aan maar biedt troost en steun. De adem stokte mij in de keel, de uitbarsting van woorden vergde veel van mijn uitgeputte krachten. De man keek mij sarcastisch aan en sprak, Je zult de kracht van God ondervinden en als je niet wil luisteren naar hem zal het vuur de duivel voor eens en altijd uit jouw ziel drijven. Denk hieraan omdat anders de brandstapel jouw laatste beeld van de wereld zal zijn. Met een laatste krachtsinspanning zei ik, Ik zal mij geen geloof laten opdringen omdat een ander het zegt. na deze woorden verloor ik wederom het bewustzijn en de man verliet het cellencomplex. Enkele uren later werd ik wakker van de stem uit de cel naast mij. De jonge vrouw bad hardop om vergiffenis en redding en ik voelde dat deze gebeden voor mij bestemd waren. ik probeerde overeind te komen en het gerinkel van mijn ketens deed de van hekserij beschuldigde vrouw opkijken. Haar gezicht was uitdrukkingloos.

Doffe ogen staarden mij aan toen zij vroeg, Waarom achtervolg je mij ? Haar zachte stem verraadde twijfel. Ik antwoordde, het is misschien moeilijk te bevatten maar ik word gestuurd vanuit mijn dromen. Op een mysterieuze manier ben jij in mijn droomwereld terecht gekomen en toen ik je daar had gezien wilde ik je niet meer kwijtraken. Ik ben naar je op zoek gegaan en toen ik je had gevonden raakte ik je weer kwijt zodat ik weer opnieuw moest beginnen. Alsof ik iets aan jou moest bewijzen. Maar jij maakt gebruik van instrumenten van de duivel, zeggen ze, en je wil mij van mijn geloof afhouden. Haar stem klonk schril, De duivel spreekt via jou en je hebt het niet eens in de gaten. Bid samen met mij om vergiffenis en bekeer je voor het te laat is. Ik schudde mijn hoofd en antwoordde, De instrumenten waarover gesproken wordt zijn kaarten die ouder zijn dan de Bijbel. Ik heb ze gebruikt om te leren zoals jij de Bijbel gebruikt om te leren. Elk instrument is namelijk net zo positief of negatief als de gebruiker zelf. De antwoorden die ik zo heb verkregen hebben mijn geloof gesterkt, mijn geloof dat als je daadwerkelijk gelooft in  je dromen deze op den duur worden verhoord en verwezenlijkt. Jij bent onderdeel van mijn geloof geworden en nu heb ik ze gebruikt om hier te kunnen zijn in een ultieme poging om jou te overtuigen van ... mijn stem ging nu over in een fluistertoon ... mijn liefde voor jou. Ik ben er niet op uit om jou van je geloof af te houden want daar ben je vrij in zoals ik vrij wil zijn om te geloven in datgene dat mij steun geeft. De stem van Esperanza klonk verward, Maar de Bijbel spreekt van de duivel die zich in vele gedaanten manifesteert. Ik ... ik weet niet meer wat ik moet geloven. Alleen God heeft alle antwoorden dus waarom geloof je daar dan niet in. Als je geen boete doet en je niet bekeert zullen ze je op de brandstapel gooien. Haar ogen verraadde verdriet bij deze gedachte en ik deed mijn best om haar gerust te stellen. Zachtjes fluisterde ik, Als ik al in het bezit zou zijn van duivelse krachten, waarom zit ik dan nog opgesloten ? Dan zou het toch mogelijk moeten zijn om te ontsnappen ? Esperanza begon zachtjes te huilen en bad tot haar God om wijsheid.

Het geluid van rinkelende sleutels deed ons beiden verschrikt opkijken. De man van de kerk diende zich weer aan en richtte het woord tot mij, Ben je al van gedachten veranderd of moeten wij de duivel voor eens en altijd uitdrijven. Ik keek hem misprijzend aan, Doe wat jouw geloof je ingeeft maar verwacht van mij niet dat ik mij bekeer tot iets waar ik het niet mee eens ben. De Godsdienaar wenkte naar de bewakers en gelastte hen om mij uit de cel te halen. Hardhandig werd ik de trap opgesleept en over straat gesleurd. Vanonder mijn zware oogleden zag ik een forse stapel takken en ik wist dat het menens was. Binnen enkele ogenblikken zou de kracht van mijn geloof op de proef worden gesteld. Onder luid gejoel van de ruim toegestroomde menigte werd ik vastgebonden op de brandstapel. In gezelschap van de jonge vrouw kwam de man van de kerk aangelopen. Vlak voor de brandstapel hiel hij stil en sprak tot de menigte, Wederom zal God een ongelovige straffen door het vuur. Luister allen naar zijn gekrijs, het gekrijs van de duivel, wanneer deze geraakt wordt door de hand van God. Neem dit geluid goed in u op. Vrees het omdat alleen dan God in jullie harten kan blijven bestaan. De menigte joelde en schreeuwde verwensingen naar mijn hoofd. De man lachte toen hij mij in de ogen keek en zei, Voor een laatste keer vraag ik je, ben je bereid om de genade van de enige ware God te ontvangen ? Accepteer hem en jouw leven zal gespaard worden. Ik bleef zwijgen. De stem van de man sloeg over van opwinding, Laat God oordelen over deze man en gaf één van de bewakers het sein om een brandende fakkel in de stapel te gooien. Ik bleef stoïcijns en zocht de ogen van de vrouw die ik tot dan toe alleen in mijn dromen was tegengekomen. Terwijl de vlammen oplaaide vroeg ik haar in gedachten om in mij te geloven. Het vuur likte aan mijn kleding maar ik bleef Esperanza zwijgend aankijken. Lieve vrouw uit mijn dromen, sprak mijn gedachte, luister naar datgene dat je hart je ingeeft. Dat is namelijk de enige plek waar het ware geloof wordt belijd. Niet door middel van boeken of wat mensen willen dat je denkt. Volg je hart ! Volg je gevoel ! De hitte was ondraaglijk geworden en ik leek ten prooi te vallen aan het steeds hoger oplaaiende vuur toen er iets ongelooflijks gebeurde. De jonge vrouw rukte zich los van haar bewakers en rende in de richting van de vuurhaard. Lenig als een kat klom zij op de brandstapel. Aangekomen bij mij keken wij elkaar diep in de ogen en alsof de vlammen ons niet konden deren omhelsde zij mij. Zachtjes fluisterde ze, Ik hou van jou, mijn lieve dromer, voor altijd zul je in mijn hart zijn. 

Na deze liefdevolle woorden klonk een gigantische knal en werden we als door een onzichtbare hand omhoog gezogen. De omhelzing tussen ons was innig maar toch had ik het idee alleen door de ruimte te zweven. Mijn hart voelde zwaar. Waaraan had ik dit verdiend, ik was toch blijven geloven ? Plotseling verscheen daar weer de oude, wijze vrouw. Verontwaardigd keek ik haar aan en vroeg weer, Waarom, in hemelsnaam waarom ? De vrouw glimlachte vriendelijk en zei, Jongen, je hebt bewezen heel sterk in je dromen te durven geloven. Zo sterk zelfs dat je in staat bent om anderen te overtuigen. Nu is het zaak om dat geloof in het dagelijkse leven vol te houden. Je zal merken dat er een wezenlijk verschil is tussen je dromen en de realiteit van alledag. Mits jullie blijven geloven en als je blijft volharden in jouw liefde voor haar zal datgene dat jullie voelen voor elkaar er voor zorgen dat zelfs de hoogste hindernissen genomen kunnen worden. daarna zullen jullie in staat zijn om elke droom te verwezenlijken. Leer van de lessen uit jouw dromen maar pas op voor de mensen die het jullie misgunnen.

Ik schrok wakker en zag helder de belevenissen voor mijn ogen voorbijtrekken. Ik dacht aan Esperanza, de jonge vrouw uit mijn dromen, en ik wist dat ik haar zou ontmoeten. De liefde, het geluk waar ik al jaren naar op zoek was leek binnen handbereik als ik .... ja, als ik haar maar kon vinden.

 

                                                                                  November 1992        

Home

Gedichtenindex

Liedjesindex

Verhalenindex

De jongen die wilde geloven

Hoofdstuk 2

Het land waar de zon altijd schijnt